Zoeken
  • Manon van der Giessen

Ouders zonder kind.

Bijgewerkt: feb 7



“Kijk, ik ga de wasmachine doen, okej?”

“Okej,” zeg ik tegen de zon in als antwoord. Met dicht geknepen ogen zie ik de contouren van Aurora die in de speeltuin in de rekken hangt. In mijn hoofd probeer ik een voorstelling te maken van hoe Aurora een wasmachine gaat doen. Al snel leer ik dat het niets te maken heeft met kleding of wassen, dan wel de snelheid van het koppeltje duikelen aan een rek.

Aan één stuk snel doordraaien. Het is Aurora’s negende verjaardag en wanneer de jarige vraagt: Zullen we naar de speeltuin? Doe je dat. Samen met haar kleine drie jarige zusje Thara.

“Ik weet waar we heen moeten” zegt de jarige jet “Het is niet ver, het is aan de overkant.”

Aan de overkant betekende nog een straat uit, oversteken, een helling over en de helling weer af. Maar ze had gelijk het was aan de overkant.

Ondertussen klautert Thara aan de andere kant van de speeltuin een speelhuisje met glijbaan in.


“Kom!” Roept Ze. Of Beveelt de kleine dame ze eigenlijk. Letterlijk roept ze.

Ze loopt het huisje door. Naar een soort van op de rand gemaakte verrekijker. Zij kijkt erdoor heen aan de ene kant, ik aan de ander.

“Haaallloooo” Giechelt ze met het meest zachte lieflijke kinderstemmetje

“Hallooo” lach ik.

“Nu ga ik de dode val doen.”

Ik draai me terug om naar Aurora die zich optrekt aan het rek. Ik kijk haar aan.

“Ja,” gaat ze verder “Als jij me dan opvangt.”

“Nou,” probeer ik voorzichtig “Ik weet niet of ik je op de goede manier kan

opvangen.”

“Dat maakt toch ook niet uit? Als je me hebt opgevangen, is het toch sowieso goed.De manier maakt niet uit”

Even was ik haar heerlijke eigen-wijsheid vergeten. Het doet me denken aan de tijd toen ik vaker op haar paste. Ze was een jaar of vier toen ze naar buiten wilde nadat het net keihard had geregend.

“Hoe moeten we dan schommelen als alles nat is?” had ik haar gevraagd.

Ze zuchtte en zei: “Dan neem je toch een handdoek mee en droog je toch alles af?”


Op de weg weer terug naar huis voel ik de hand van Thara in de mijne.

“FIETS!” roept ze wanneer er een fietser komt aangefietst. “Stop!”

De fietser zwaait. Thara’s glunderende ogen kijken mij aan. Thara’s ogen zijn denk ik de mooiste ogen van een driejarig meisje die ik ooit heb gezien. Daar knalt meer licht, kracht en energie uit dan de zon. Met haar fel gekleurde jurkje en knalroze maillot is ze het zonnetje zelf. Eigenlijk maakt het niet uit wat Thara aan heeft, haar grote bruine ogen stralen door alles heen.

Haar mooie bruine ogen. Die me doen herinneren aan de eerste keer dat ik haar vast hield. Ze was toen al zo mooi. Ze rook zo lekker naar baby. Ze voelde zo heerlijk warm tegen mijn borst terwijl ik haar in slaap suste en terwijl zij in slaap viel in mijn armen, wakkere de zij geheel onwetend van alles los in mijn hart. Hoe mooi haar ogen ook waren, het waren niet een klein stukje van mijn ogen die ik terug zag in haar. Die donkere haren had ze niet van mij. Er zou ook nooit iets van mij bij zijn, want de dokter had mij op vijftienjarige leeftijd verteld dat zwanger worden met mijn driekamerige hart nogal wat risico’s met zich meebrengt. Voor mij en mijn kind. Zo’n lief schatje zou dus nooit echt de mijne zijn.

“Zal ik haar weer van je overnemen?” Werd gevraagd.

Ik gaf haar terug en nog geen week later lag ik met hevige ritmestoornissen in het ziekenhuis. Mijn hart huilde, Gebroken. Mijn hart, mijn hele lijf wist zich geen raad met al dit verdriet. Het niet moeder kunnen zijn deed tweehonderd en twintig slagen per minuut pijn. Ik wist dat een hart kon breken, maar zo had ik het nog nooit gevoeld.


“Zullen we zo nog naar die andere speeltuin?” Vraagt Thara.

Ik probeer me ervan af te maken door te zeggen dat het beter is om eerst naar huis te gaan, iets te drinken en dan nog naar de andere speeltuin te gaan.

Eenmaal thuis, na wat gedronken te hebben, keken vier smekende ogen mij aan.

“Zullen we nu gaan?”

Ik wil niets liever. Ik wil ook nog langer spelen, lachen, rennen, springen, uren lang. Ik draai mij om, slik mijn tranen weg en vertel dat ik toch niet kan. Dat het tijd is voor mij om naar huis te gaan. Ik moet nee zeggen. Ik ben al moe, want mijn anders werkende driekamerige hart heeft die energie niet. Ik heb geen energie om nog eens naar een andere speeltuin te gaan.


Wanneer je een nieuwe vriend krijgt en verhuisd gebeuren er allerlei nieuwe dingen. Zo sta je opeens in de kerk, bij een doop van zijn vrienden. Daarna sta je met je broodje knakworst in je hand op de afterparty aan een statafel. Door alle mensen heen zie ik mijn vriend aan de andere kant van de kamer. Hij pakt een meisje van ongeveer twee jaar op, zet haar op zijn schoot op de bank. Pakt een boekje en begint haar voor te lezen. Ik voel een steek in mijn hart. (Blijf alsjeblieft rustig fluister ik naar mijn hart) Want al ben ik al lang geen vijftien meer, mijn hart is niet veranderd. Geen enkele techniek kan de kans op hartfalen bij een zwangerschap, voor mij en mijn kind genoeg naar beneden krijgen. Geloof mij, in heb alle opties overwogen. Adoptie, draagmoeder, verzin het en ik heb het verzonnen. Ook als ik hulp zou krijgen, bijvoorbeeld een oppas, weet ik dat ik mij een hele slechte moeder zou vinden omdat ik heel de tijd mijn kind zou moeten afgeven als ik het even weer eens niet aankan. Ik wil niet dat mijn kind de oppas, of oma zou verwarren met mamma. Als ik een kind zou hebben, nemen, krijgen wil ik het alles kunnen geven. Met meer zekerheid dat het een gezond kind zou zijn, ik gezond zou blijven, een moeder die er helemaal kan zijn. Ik vind dat ik dat in alles niet genoeg zou kunnen gegeven. Alle risico’s zijn me te groot.


Ik zal altijd alleen drie hart kamers blijven hebben, Niet vier.

De drie die ik heb werken al als een malle voor mij. Mijn hart heeft niet genoeg reserve energie voor een kindje erbij, dag in dag uit.

Ik heb het zo hard geprobeerd, hoe moeilijk ik het ook vind, moet ik toegeven dat dit het enige is met mijn hart wat ik echt niet kan veranderen. Hoe hard ik ook train, hoeveel positieve gedachten ik ook uitzend. Niet alles is op te lossen met liefde.


Aan de statafel staat een dame, ze heeft de net gedoopte baby vast.

“Ik vind dat zo lekker he. Zegt ze tegen me. “Knuffelen met zo’n kleintje. “Wij”, Ze knikt richting de man naast mij, haar vriend “Willen er denk ook wel snel een. Wil jij een foto van mij en de baby maken?”

Ik maak de foto.

Dan stoot haar vriend mij die naast mij staat mij aan. “Zo, kijk eens naar je vriend” zegt hij “Volgens mij wil hij er al wel één . Hij is aan het oefenen hoor. Wanneer gaan jullie kinderen nemen?”

Ik kijk naar mijn vriend. Het meisje smeekt hem om nog een verhaaltje. Hij lacht naar me. Ik lach terug. Hij zou de meest geweldig lieve vader zijn. Maar ook hij zal, als hij bij mij blijft het meisje net als ik altijd terug moeten geven. Altijd de suikeroom, altijd er naast en net niet helemaal. Nooit echt helemaal van ons. De vader en moeder zonder kind. Sommige dingen zullen altijd op een bepaalde manier zeer blijven doen.

Ik neem een hap van mijn broodje. Ik moet hem nog even wat vertellen.




Liefs XOXO Manon



Dit artikel verscheen ook op Boost your health

Recente blogposts

Alles weergeven