Zoeken
  • Manon van der Giessen

Laten we het alsjeblieft niet over de dood hebben.




Het waren niet de ritmestoornissen waardoor ik bang werd voor de dood. Mijn angst voor de dood kwam jaren eerder ergens in Rome liggend op het bed in het hotel waar alle energie uit mij liep als een ballon die je probeert op te blazen maar dan toch nog net loslaat. De energie liep uit mij en de angst voor mijn lichaam sloop erin. Ik dacht juist dat ik daar op bed even een dutje deed om een paar uur later fris en fruitig aan de terug reis met het vliegtuig te beginnen. Maar een paar uur later was ik doodop, maar echt doodop van een trap naar beneden lopen. Naar be-ne-den! Onderaan keek mijn vader smekend aan. Dit was nog nooit gebeurd.

In een taxi ritje naar het vliegveld waar ik met mijn hoofd op de schoot van mijn vader lag op de achterbank haalde we het vliegveld nog wel, maar het vliegtuig niet. Na een een laatste toilet bezoek waar ik uit gestrompeld kwam, (mijn oma van negenenzeventig had me kunnen inhalen) besloten we om op het vliegveld te overnachten. Slapen moest ik.

Toen ik jaren later mijn ritmestoornissen kreeg werd de angst die allang in mij zat alleen versterkt en vergroot maar de echte angst was in op het bed in Rome begonnen. Jaren zat ik binnen, bang om weer een ritmestoornis te krijgen. Ik dacht dat ik binnen veilig was. Als ik maar niets deed. Als ik maar niet hoefde te leven overleefde ik het wel. Ik kreeg paniek aanvallen, pleinvrees, mensenvrees, we kunnen nog wel een paar mooie termen verzinnen maar we kunnen het ook gewoon noemen zoals het was: Ik was bang voor mijn lichaam en dus bang voor de dood.

Eigenlijk hield mijn leven daar op de bank op en ging ik zonder echt sociaal contact, zonder naar buiten te gaan langzaam dood.

In mijn eerste levensjaren van ongeveer nul tot en met drie hadden mijn ouders ongeveer een wekelijkse ritje naar het ziekenhuis want ik at weer eens niet en niet eten betekende ook niet groeien. Met man en macht probeerde de verpleging speciale papjes in mij te proppen.

Dat proppen ging hardhandig, mijn moeder waarschuwde nog.

“We probeerde thuis ook-,“

Met een golf kotste ik alles weer uit. Mijn lichaam was namelijk veel te klein voor al die grote hoeveelheden. Zeker met proppend geweld. Dat wist ik wel maar ik was twee en als je twee bent wordt er voor je besloten.


Ergens op de bank in de Witte de With kwam er een moment waarin ik besefte dat als ik zo bleef zitten dat dit mijn trieste leven zou blijven maar gelukkig besefte ik ook dat ik dat niet wilde.


Ik ging aan de slag met al mijn kut emoties, met voeding, conditie en toen ik weer naar buiten durfde stond ik opeens met een aantal andere mooie anders harten jongeren op een podium te spreken. We spraken tegen en voor ouders met een nog heel jong hartenkind met als thema; Ik kan het zelf. Het idee was van de jongeren zelf gekomen om de ouders te helpen en te laten zien, misschien zijn ze nu klein en hebben jullie heel veel zorgen, maar kijk uiteindelijk kunnen wij het ook echt zelf. Dit is de toekomst.

Ook het hartekind zal zijn of haar eigen keuzes gaan maken. Dat kan ook zonder dat die keuze tot de dood zal leiden. Het hartekind zal vreselijk hetzelfde als alle andere kinderen zijn waarbij op een bepaalde leeftijd het hand boven het hoofd houden niet meer nodig is. Ook het hartekind zal tot irritatie van de ouders fouten gaan maken. Maar geen zorgen uiteindelijk komt het goed, wij kunnen het allemaal echt wel zelf.

Ik ben niet meer bang voor de dood, ik ben nog nooit zo klaar voor het leven geweest en van de één op andere dag ben ik wakker geworden in een wereld waar niet ik niet degene ben die bang is voor de dood bang maar de rest van de wereld wel. De hele frikkin wereld. Opeens mogen we niet meer doodgaan, laat staan dat we het er over hebben. We sluiten ons binnen op want tja, wat als...Even ben ik verward want had ik dat deze fase niet net gehad? Ik zat jaren binnen en werd zieker en zieker.

Ik wist toen ik twee was ook al wat wel en niet goed was voor mijn lichaam, alleen kon ik dat toen niet uiten. Maar ook toen had ik niemand van bovenaf nodig om te bepalen wat wel of niet goed voor mijn eigen lichaam, mijn leven was. Dat voelde en voel ik zelf wel.

Ik heb iets heel geks, ik vertrouw in mijn eigen lichaam, mijn gevoel, mijn hart.

Ik zoek een podium om te vertellen: Geen zorgen, het komt goed. Ik kan mijn eigen keuzes maken. Dat kan ik zelf. Ik ken mijn eigen lichaam en mijn hart, mijn manier waarop ik wil leven beter dan wie ook. Ik ben bereid mijn verantwoording te nemen en te dragen. Ook als ik misschien nog een fout maak. Ik ben geen twee meer. Ik kan het zelf.

Ik ben klaar om te leven. Te leven zonder angst.


Liefs XOXO Manon


Dit artikel verscheen ook op het platform van




684 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven