Zoeken
  • Manon van der Giessen

Je laten lijden

Bijgewerkt: mrt 14



Eindelijk kan ik na twee dagen weer naar buiten. Ik ben een beetje een mietje met die gladheid en sneeuw dus nadat ik de eerste paar dagen ook lekker in sneeuw had gelopen bleef ik maar even binnen. Vandaag niet, vandaag doe ik deur open en komt door het kleine kiertje voordat ik hem helemaal open doe de zonnestralen al naar binnen. Ik stap naar buiten, kijk schuin tegen de zon in en doe even mijn ogen dicht. Er verschijnt een lach op mijn gezicht, een lach die komt van diep van binnen. Niet alleen mijn gezicht lacht maar ik ook mijn hart. Ik loop wat verder en voel dat mijn thermo-ondergoed nu echt niet meer nodig is, maar ga niet terug om mij om te kleden. Ik kijk naar de sneeuw die nog op sommige plekken ligt. De warmte zou die niet veel later doen laten smelten. Zo was de lach op mijn gezicht ook verschenen alsof de wolken verdwenen en het licht weer te voorschijn mocht komen. De warmte had de kou in mijn hart laten verdwijnen en nu mocht het zich weer laten zien. Lachend bedenk ik mij hoe lang ik mijn hart verborgen heb gehouden. Het mocht zich niet eens laten zien. Laat staan lachen. Ik had het letterlijk in de kou laten staan. Niet geluisterd erger nog, ik was me laten leiden niet door liefde maar angst.

Na mijn ziekenhuisopname door mijn ritmestoornissen herstelde ik de eerste tijd bij mijn ouders.


“Ik ga zo even boodschappen doen.” Zei mij moeder.

“Wat?” Riep ik, ik voelde met mijn hand aan mijn nek. Zo kon ik mijn hartritme checken, bij mijn pols voelde ik hem nooit maar in mijn nek wel. Ik wilde even checken of mijn hart bij deze uitspraak niet gelijk weer omhoog schoot.

“Ga je me dan alleen laten?” Vroeg ik met bibberende stem

“Manonnetje” begon ze sussend. Ze kwam naast me zitten en legde haar hand op mijn knie “Ik moet toch echt een keer boodschappen doen. Ons leven moet beetje bij beetje ook weer normaal worden.”

Begreep mijn moeder dan niet dat als ze mij alleen zou laten dat mijn hart wel weer eens snel kon gaan kloppen. Wat als het deze keer nog harder zou kloppen. Wat als het nu fataal af zou lopen. Ik wist immers hiervoor ook niet dat het zo hard te keer kon gaan. Wat kon er nog meer wat ik niet wist. Als dat nou allemaal zou kunnen hoe kon mijn moeder mij dan in godsnaam alleen laten? Want wat nou als...

“Je kan ook meegaan.” Zei ze.

‘Meegaan?” Nouja! Dit meen je niet. Kwam ze gewoon met een nog gekker idee. Meegaan, hoe verzon ze het?

“Ja” zei ze “Het is voor jou ook goed om weer naar buiten te gaan. Wat verse lucht, een beetje lopen. Je ligt hier alleen maar op de bank.”

Mijn moeder ging boodschappen doen en ik bleef binnen. Een jaar lang of misschien zelfs wel langer, bleef ik binnen. Angst is een sluwe stiekeme gluiperd. Ik dacht dat angst lief voor mij was door mij te vertellen: ‘Blijf jij maar lekker binnen want dan gebeurd er niets. Ben je veilig.’Lief toch, zo beschermend voor mij zijn? Het was zo sterk overtuigend dat ik niets of niemand anders meer hoorde. Behalve de stem die zei: Blijf binnen. Toch was er Ergens heel ver in de verte nog een stem die zijn hand opstak en zei: “Maar! Maar mag ik?”

“Nee!” De hand werd met een boze blik van: ‘hoe durf je me te onderbreken’ weggeslagen. “Ze moet binnen blijven. Dan is ze veilig”

“Maar-“

“Nee!”

Ik zat op de bank en mijn moeder was boodschappen gaan doen. Ik deed de tv aan en probeerde een van mijn series te kijken. Ik keek op mijn telefoon. Hoelang was mamma nu al weg? Voelde ik nu mijn hart? Wat was dat? Alsof de angst boos was geworden dat er net een poging werd gedaan hem te onderbreken draaide het overuren aan gedachten. Gedachten die ik uiterst serieus nam. Het voelde boos en bibberig. En koud. Het was zo sterk maar doordat ik op de bank zat, met te veel tijd en ruimte voor de stem van de angst had ik niet door hoe koud het eigenlijk in mijn hart was geworden. Verlammend en bevroren in een soort onderkoelde koude schok. Doordat ik al tijden niet naar buiten ging, hell, ik deed een half uur over een trap op gaan, had geen energie om ook maar ergens tegenin te gaan. Van binnen zitten zonder te bewegen krijg je alles behalve energie. Zonder zonlicht wordt alles alleen maar letterlijk grijzer. Mijn gezicht, mijn gedachten. Angst kreeg van mij alle ruimte om de stress totaal door mijn lichaam te laten razen. Ik keek naar ‘say yes to the dress’ toen ik plots weer met mijn hand voelde aan mijn hals.


Snel belde mijn moeder.

“Je moet NU Terug komen!” Riep ik, mijn stem bibberend “Mijn hart doet weer gek.” Toen ze thuis kwam voelde ik het niet natuurlijk niet meer.Ook de dokter zei dat het niet kon, dat als het echt een ritmestoornis was dan was er geen ene twijfel mogelijk over: die voel je wel.

“Maar mag ik even?” Daar was die andere stem weer. Zacht en lief. Niet boos. Maar het was zo zacht dat ik het amper kon horen.

“Nee!” Hoorde ik weer. “Nee Manon, hoe is je hartslag nu? Heb je hem alweer gecheckt? Ik probeer je te behoeden he? Ik help je.”

Voelde ik nu een druk op mijn borst? Een piep in mijn oren?Wat is die pijn in mijn arm?

Is dit wat je voelt als je een hartaanval krijgt?

Zittend op de bank werkte ik niet aan mijn conditie. Ik trainde mijn lichaam niet om weer in beweging te komen. Op een geniepige manier was ik bijna zonder dat ik het wist over genomen door angst. Onder het mom van bescherming liet ik mij leiden door angst. En angst liet mij lijden.

Een jaar lang op de bank zittend heilig overtuigd van mijn eigen gedachten. Of waren het wel echt mijn gedachten? Of was er een kracht sterker geworden dan ik omdat ik op die bank alleen maar zwakker werd. Zwakker en zieker. Ik had niet eens de kracht om liefde binnen te laten. Ik kon mijn hart niet zien en mijn hoofd vertelde mij dat ik het ook niet hoefde te zien. Stiekem had ik vooral getraind hoe ik nog zieker werd. Ik was moe. Ik was zo moe. Mijn lichaam voelde zwaar.


Ik was ondertussen expert geworden allerlei manieren te bedenken waarom ik niet naar buiten moest. Als ik weer zou gaan leven, naar buiten gaan, lachen, naar een restaurant, met vrienden en familie het leuk hebben, dat zou mijn hart echt niet meer aankunnen na die opname, nee al dat leven zou mijn dood worden.

Ik bedacht me niet hoe andere voeding misschien kon helpen bij een betere energie. Zodat ik weer beter zou worden. Lichamelijk, maar vooral mentaal. Ik met mijn driekamerige hart heb mijzelf nooit ziek genoemd. Ik vind mijzelf ook niet ziek. Lekker anders maar niet ziek. Toch was er toen geen ander woord voor: Ik was ziek. Lichamelijk en mentaal. Toch bedacht me dat ik gewoon lekker binnen zou blijven want dan gebeurde er ten minste niks. Dit werd gewoon mijn nieuwe soort normaal want als ik nu gewoon binnen blijf, loop ik mooi geen risico. Het werd bijna normaal dat dit normaal werd.

In die nacht schrok ik wakker. Ik verbleef nog steeds bij mijn ouders. Ik greep naar mijn telefoon.

“Je moet nu komen, pap! Hij doet het nu echt weer heel gek.” Huilde ik. “ Mijn hart gaat nu echt weer snel.”

Dit keer klopte het. Ik had weer een ritmestoornis, want van meer angst, meer stress van angst word je ziek. Krijg je nog een ritmestoornis, gewoon snachts tijdens het slapen.Nog één en nog één, zoals ik ze eigenlijk altijd kreeg. Slapend, thuis of binnen. In heel het jaar waar ik zoveel stoornissen kreeg dat ik ze niet meer op twee handen kan tellen kreeg er misschien twee daarvan buiten. De andere gebeurde altijd binnen.

De volgende avond liep ik langzaam heen en weer in de keuken. Ik keek naar mijn vader die zijn groente aan het wassen was

“Wat is er?” Vroeg hij

“Ik durf niet te gaan slapen. Want wat als..”

“Dus,” begon hij duidelijk geïrriteerd “Je moeder mag geen boodschappen doen. Jij gaat niet naar buiten. Je durft geen trap op en nu ga je dus ook maar niet slapen?

Gelukkig was ik binnen veilig.


Het is weekend en mijn vriend heeft net de auto geparkeerd op de parkeerplaats in Bergen op zoom. Ik kijk naar de twee jassen die binnen liggen en sla grijzend de deur dicht. De twee jassen laat ik liggen. De zon schijnt. Ik kijk het lieve straatje in met van die leuke lieve oude Nederlandse huisjes.

“Mag ik even?” Hoor ik voordat ik wil gaan lopen

“Dankjewel dat je mij weer hebt toegelaten.”

Ik zet een paar stappen “Nou hop” zegt het stemmetje lief “Zullen we ook vandaag weer wat liefde gaan schijnen en leven?”

Liefs Je Hart.



Liefs XoXo Manon


PS. Dit blog delen mag altijd. Daar maak je mij heel blij mee. Mijn dank is groot. Ik niet ;)

Dit Artikel verscheen eerder op: Boost your health


83 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Follow Me

  • Instagram - White Circle
  • Facebook - White Circle
  • Spotify - White Circle
  • LinkedIn - White Circle

© Manon van der Giessen. Manon's HeartStories