Zoeken
  • Manon van der Giessen

"Gefeliciteerd, je hebt een beperking"




Waarom ik in het laatste jaar van mijn opleiding aan de middelbare hotelschool koos om in de keuken te staan in plaats van in de bediening is me nog steeds een raadsel. Waarom ik überhaupt gekozen had voor een opleiding in de horeca was voor menig een nog groter mysterie. “Jij? Met jouw hart? werken in de horeca?” Lees verder en kom meer over mij en mijn hart te weten!


Maar ik moest en zou de opleiding doen dus daar ging ik. Minstens één keer per week trok ik mijn te grote koksbuis aan.Ik stroopte mijn mouwen drie keer om. (waarna ze nog steeds afgleden). Ook mijn schort rolde ik eerst een stuk of vier keer om voor ik hem om kon doen, als ik niet ook tegelijk de vloer ermee wilde dweilen. Stopte ik een paar groene knopen in de gaten van de koksbuis. Ik sleurde een voor mij te zware messenset mee. Die ik alleen maar vast kon houden op de manier waarop je ook een enorme vis vasthoudt. Of grote houtblokken. Althans zo stel ik mij voor, want ik heb noch ooit houtblokken of een enorme vis moeten tillen. Maar mijn messenset hield ik met twee armen ondersteunend vast.

Over de jaren heen werd de messenset lichter want veel van de inhoud liet ik achter op plekken waarvan ik mij daarna niet meer kon verzinnen waar dat dan was. Tot grote spijt van mijn moeder. “Dat is een hartstikke dure messenset, Manon” zei ze dan streng. Eer dat ik op school was, mij had omgekleed in de kleedkamer in de kelder, trappen had gelopen om bij de keuken te komen terwijl ik sjouwde met de messen, stond ik qua energie eigenlijk al 3 – 0 achter.


Heel lullig waren vele dingen in de keuken niet gemaakt op mijn 1, 53 cm lengte en moest ik meestal klimmen. Op mijn tenen of op een krukje, of op een krukje op mijn tenen. Pakte ik een overvolle kist met groente, (prei, wortelen, uien) van de planken. Het gleed net niet over of tegen mijn hoofd. Ok, jawel. Ik vroeg niet om hulp. Vertelde niet dat het allang te voor me zwaar was, het tempo te snel. Stiekem hijgend door de keuken, snakkend naar meer adem of iemand die verdomde kist overnam. Maar nee, ssst, niets zeggen hoor Manon.

Het was aan het eind van de avond. Alle gerechten waren mee gegeven, voor hoofd en na. Op mijn lippen bijtend tilde ik mijn volle emmer heetwatersopje met spons op mijn deel van het aanrecht. Het maakte een dof ploffend geluid. Over de gasfornuizen heen keek ik naar één van mijn klasgenoten. Met haar krullen die heen en weer zwiepten toen ze de keuken kwam binnen stormen. Ze liet zich met een enorme zucht vallen op een krukje, haar handen reikten naar haar knie, haar lippen pruilend. “Gaat het?” hoorde ik iemand haar vragen. “Je moet het echt zeggen hoor, als het te veel is.”

Terwijl ik onder mijn kokspetje door bleef kijken, gleed mijn hand de emmer in. “Auw! Heet!” siste ik en trok mijn arm terug. Ik zag mijn klasgenote betreurd naar haar knie kijken maar toch stond ze weer op en ging terug naar het restaurant. Nu het water een voor mij acceptabele temperatuur had, was ik begonnen met het schoonmaken van een van de pannen. Een pan waarin ik had kunnen badderen. Ik stond op mijn tenen en mijn hele arm verdween in de pan. Toen ik weer opkeek zag ik dat ook de dat de knie geblesseerde jonge dame weer eens op haar kruk zat. Ze slaakte nog een zucht en al snel vormde zich er een brigade om haar heen. “Gaat het nog?” De vragen waren niet echt variërend. Iemand reikte haar een glas water aan en ik draaide mijn hoofd om kijkend naar mijn rechter arm. Gadverdamme, helemaal nat. Inmiddels stond ik er ook in, in het water. Ik schrobde nog wat verder.


Ik belde een vriend op. Al heen en weer lopende met de telefoon aan mijn oor begon ik het verhaal uit te spuwen. “Niemand! Op een enkele uitzondering na, vroeg aan mij of het wel ‘ging’ wanneer ik aan het ploeteren was in de keuken. Die avond niet, noch één van de andere avonden in mijn middelbare hotel school carrière. Dat zagen ze niet.” Ik vergat te stoppen voor adem “Sterker nog” ratelde ik door als een piepende chipmunk met sterioriods op “Er zijn situaties geweest waarin ik niet eens werd geloofd als ik aangaf dat ik mij niet goed voelde. Een zere knie ziet iedereen. Een anders in elkaar zitten hart niet”

“Dus?” Zei de vriend

“Wat had je dan gewild? Dat ze rekening hielden met-?”

“Ja! Mijn beperking ja.”

Verdomme. Moest ik eerst gaan toegegeven dat hij een goed punt maakte EN dat ik een beperking heb. Een beperking. Ik wil me toch niet beperken, ik kan ook gewoon ALLES!

“Maar,” ging ik verder “Mensen bedoelen het woord beperking toch nooit positief wanneer ze het hebben over iemand met een verstandelijke of fysieke beperking?”

“Het is maar wat jij voor betekenis aan het woord beperking geeft,” kreeg ik als antwoord. Al weken denk ik na over mijn betekenis van het woord en de betekenis die anderen er aan geven.


De meest voorkomende betekenissen van het woord die ik tegen ben gekomen zijn: niet volmaakt zijn, een begrenzing, iets niet kunnen of niet mogen, niet goed genoeg zijn. Ik las zelfs ergens ‘een beperking maakt het lastig voor een individu om een normaal en volwaardig levenspatroon te kunnen vervullen.’ Dus denk ik dat, niet alleen mijn eigen betekenis van het woord negatief is, maar dat het ook vaak negatief gebruikt wordt in de maatschappij.


De reden waarom ik het zo’n kut woord vind. Want ondertussen heb ik het gekoppeld aan: niet goed zijn, niet volwaardig. Precies zoals ik het las. Maar het zijn juist die gedachtes die beperkend zijn. Ik heb mijzelf doen geloven, dat ik doordat ik een beperking heb niet volwaardig ben, niet goed genoeg. Daarom was het tot tranen aan toe confronterend om te zeggen: Ik ben geboren met een hartafwijking en dat is een fysieke beperking. Ik heb een beperking. Wat ook ironisch genoeg, nog meer beperkingen met zich mee brengt. Ik heb een beperkte energie. Dat is een feit. Welke positieve mindset affirmatie ik er ook loslaat. Mijn hart blijft een ander soort hart. Met drie kamers in plaats van vier kamers , aan de rechter kant in plaats van links. Ik heb moeten leren dit los te koppelen van het beeld: Niet volwaardig of goed genoeg zijn.


Je ergens toe beperken kan ook betekenen dat je alle aandacht tot 1 iets beperkt. Focus. Of dat je je beperkt tot alleen maar leuke dingen en afsluit van alle andere gekkigheid of negativiteit. Op deze manier voelt het woord ‘beperken’ opeens toch heel anders. Geeft het misschien juist vrijheid. Kiezen voor een ding en ‘de rest’ laten voor wat het is.


Iedereen heeft op zijn eigen manier een beperking. Bij de een is die duidelijker dan bij de ander. Niemand kan ALLES. “Dus Manon, heb jij gewoon zoals iedereen een beperking. Gefeliciteerd,” kreeg ik te horen. Vond ik het een paar seconden geleden nog heel erg vervelend om uitzonderlijk te zijn met mijn beperking maar ‘gewoon zoals iedereen’ vond ik plots veel erger. Maar daar laat ik mij natuurlijk niet door beperken.


Liefs XOXO Manon



Dit artikel verscheen eerder op het platform van Boost your health

16 keer bekeken0 reacties

Follow Me

  • Facebook - White Circle
  • Instagram - White Circle
  • YouTube - White Circle

© Manon van der Giessen. Manon's HeartStories